top of page
Zoeken

Blog 6. Wat zullen de mensen zeggen?

Subtitel: Over schaamte, verbergen en genade

Thema: schaamte, kwetsbaarheid, genade en gemeenschap

Categorie: Geloof & coaching

Bijbeltekst: Genesis 3:7-10, Markus 2:17 en Galaten 6:2


Het is zondagmorgen. Ze staat voor de spiegel en strijkt nog even met haar handen over haar jurk. Haar haar zit goed. Beneden hoort ze de kinderen. Nog even en ze moeten vertrekken. Ze kijkt naar zichzelf. Niemand die aan haar zal zien dat ze vannacht nauwelijks heeft geslapen. Dat het gesprek van gisterenavond nog door haar hoofd gaat. Dat er woorden zijn gevallen die pijn deden en dat ze eigenlijk niet weet hoe het verder moet. Beneden trekt ze haar jas aan. De kinderen worden gemaand om op te schieten en even later loopt het gezin richting de kerk.

Onderweg komen ze bekenden tegen. ‘Goedemorgen!’ Ze glimlacht. ‘Alles goed?’ ‘Ja hoor.’ En ze lopen verder.

In de kerk zit ze tussen allemaal andere mensen. Nette jassen. Bekende gezichten. Vriendelijke knikjes. Ze kijkt om zich heen en vraagt zich ineens af:


Hoeveel mensen zitten hier eigenlijk met een verhaal dat niemand kent?


Een ziekenhuis voor zondaars

Er is een bekende uitspraak die me de laatste tijd bezighoudt: “De kerk is een ziekenhuis voor zondaars, geen museum voor heiligen.”

Ik vind het een prachtige uitspraak en tegelijkertijd roept hij iets bij me op.

Want als de kerk een ziekenhuis voor zondaars is, hoe kan het dan dat het soms zo moeilijk is om juist daar te laten zien dat je gebroken bent?


Ik herken dat ook binnen de reformatorische wereld waarin ik zelf ben opgegroeid.

Juist in een traditie waarin zonde en genade zo centraal staan, kan er tegelijkertijd iets zijn van: zorg dat het goed gaat. Houd jezelf groot. Zorg dat je huwelijk goed lijkt, dat het goed gaat met je kinderen en dat je leven er aan de buitenkant netjes uitziet. Wat er achter de voordeur gebeurt, houden we liever daar.


En natuurlijk geldt dit niet voor iedereen en niet voor iedere kerk. Ik schrijf dit ook niet om met mijn vinger te wijzen. Ik merk vooral dat het me bezighoudt. Misschien zelfs verontwaardigt. Omdat ik me afvraag: hoe zijn we hier terechtgekomen?


De plek waar we elkaar juist als gebroken mensen zouden moeten kunnen ontmoeten, kan zomaar een plek worden waar we vooral laten zien wat goed gaat. We vergelijken onszelf met elkaar, soms zonder dat we het doorhebben. We doen ons werk, zorgen voor onze gezinnen, praten met elkaar, lachen met elkaar en gaan op zondag naar de kerk. Ondertussen kunnen er achter al die voordeuren verhalen leven waar bijna niemand van weet.


Een huwelijk waarin het al jaren pijn doet.

Een kind om wie je grote zorgen hebt.

Een verslaving waar je je diep voor schaamt.

Twijfel die je nauwelijks hardop durft uit te spreken.

Eenzaamheid. Angst. Psychische nood. Zonde. Verdriet.


We leven door en proberen ondertussen de buitenkant zo goed mogelijk overeind te houden. En terwijl ik daarover nadacht, kwam er een vraag bij me op:

Waar zijn we eigenlijk zo bang voor?



Waar bent u?

Misschien begint dit verhaal wel veel eerder dan bij onze kerken of onze opvoeding.

Het begint al in Genesis.

Adam en Eva eten van de boom waarvan God had gezegd dat zij er niet van mochten eten. En ineens zien ze zichzelf anders. Ze ontdekken dat ze naakt zijn en er komt schaamte.

En wat doen ze? Ze bedekken zichzelf.


Daarna horen ze God naderen en verbergen ze zich tussen de bomen.

Ik vind dat zo'n aangrijpend beeld, omdat ik er iets van mezelf in herken. Zodra er iets in ons leven is waarvoor we ons schamen, ontstaat bijna vanzelf de neiging om het te bedekken. We willen niet dat iemand het ziet. We trekken iets aan, figuurlijk gesproken, waarmee we kunnen verbergen wat er werkelijk speelt.

En dan klinkt Gods stem door de hof: “Waar bent u?”

God wist natuurlijk waar Adam was; Hij was hem niet kwijtgeraakt tussen de bomen.

Maar Hij roept hem tevoorschijn.


Misschien raakt dat wel precies aan onze angst.

Want wat gebeurt er als ik tevoorschijn kom?

Als mensen werkelijk zien wie ik ben?

Als zichtbaar wordt dat mijn huwelijk helemaal niet zo mooi is als het eruitziet?

Dat ik mijn kinderen niet altijd begrijp?

Dat ik twijfel?

Dat ik dingen heb gedaan waar ik me voor schaam?

Dat ik het leven soms gewoon niet aankan?


Kijken mensen dan nog hetzelfde naar mij?

Hoor ik er dan nog bij?

Ben ik dan nog wel een goede christen?


Misschien zit onder al dat bedekken uiteindelijk een heel diepe menselijke vraag:

Als je werkelijk ziet wie ik ben, kun je dan nog van mij houden?


Een pijnlijke paradox

En juist binnen de kerk vind ik dat zo aangrijpend.

Want we belijden dat we zondaren zijn en alleen uit genade kunnen leven, dat niemand zichzelf kan redden en dat we allemaal Jezus nodig hebben.

Maar ondertussen kunnen we ontzettend ons best doen om te voorkomen dat iemand ziet dat we die genade ook werkelijk nodig hebben.


We mogen blijkbaar wel zondaar zijn, zolang niemand precies ziet waarin.


Dat is natuurlijk scherp gezegd en toch vraag ik me af of er niet iets van waarheid in zit.

Misschien zijn we ergens onderweg heiligheid gaan verwarren met netjes lijken.

Jezus spreekt daar zelf indringend over wanneer Hij de schriftgeleerden en Farizeeën vergelijkt met witgepleisterde graven: vanbuiten zagen ze er mooi uit, maar de buitenkant vertelde niet het hele verhaal van wat er vanbinnen leefde.


Ik lees die woorden liever niet met mijn vinger naar een ander. Ik wil ze als een spiegel lezen. Waar doe ík dat?


Waar poets ik iets aan de buitenkant op, omdat ik bang ben voor wat er gebeurt wanneer iemand de binnenkant ziet?

Waar vind ik het belangrijker wat mensen van mij denken dan dat ik eerlijk voor God verschijn?



Wie hebben een dokter nodig?

Als we vervolgens naar Jezus kijken, zien we iets heel anders.

De mensen om Hem heen hadden hun leven lang niet allemaal op orde.


Petrus faalde.

Thomas twijfelde.

De Samaritaanse vrouw droeg een ingewikkeld levensverhaal met zich mee.

Zacheüs had mensen tekortgedaan.

Er kwamen mensen naar Jezus toe die ziek waren, buitengesloten werden, huilden, schreeuwden, bang waren of geen uitweg meer zagen.


En Jezus zegt:

“Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.”


Misschien is dat wel waarom het beeld van de kerk als ziekenhuis me zo raakt.

Want in een ziekenhuis wordt ziekte niet ontkend.

Niemand zegt daar dat een wond er niet toe doet; een arts kijkt juist naar wat er aan de hand is. Een wond wordt zichtbaar gemaakt, schoongemaakt en verzorgd.


Maar stel je eens voor dat je eerst zou moeten bewijzen dat je gezond bent voordat je een ziekenhuis binnen mag. Dat zou toch absurd zijn.

En toch vraag ik me af of we dat geestelijk soms niet van elkaar verwachten.

Dat je eerst je buitenkant op orde brengt. Dat je jezelf groot houdt. Dat je zorgt dat niemand te veel merkt van je worsteling.


Terwijl Jezus juist naar mensen toe bewoog op de plaatsen waar hun leven gebroken was.

Niet om te zeggen dat alles goed was.

Niet om zonde weg te poetsen.

Maar om waarheid en genade bij elkaar te brengen.



Draagt elkaars lasten

Paulus schrijft in Galaten 6: “Draagt elkaars lasten.”

Maar hoe kunnen we elkaars lasten dragen als niemand zijn last laat zien?

Daar blijf ik over nadenken.


Wat zou er gebeuren als onze kerken steeds meer plekken werden waar iemand durft te zeggen: het gaat niet goed met mij?


Waar iemand kan vertellen dat zijn huwelijk pijn doet.

Dat zij haar kind niet meer begrijpt.

Dat iemand twijfelt aan God.

Dat er schaamte is over iets wat gebeurd is.

Dat iemand vastloopt, psychisch moe is of hulp nodig heeft.


Niet omdat we alles zomaar met iedereen moeten delen. Kwetsbaarheid vraagt veiligheid en wijsheid, maar wel omdat we elkaar nodig hebben.


Omdat God ons niet bedoeld heeft om allemaal afzonderlijk achter onze eigen boom te blijven zitten, bedekt met vijgenbladeren, terwijl we naar elkaar roepen dat het prima gaat, misschien zou de kerk juist een plek mogen zijn waar we langzaam tevoorschijn durven komen.


Niet om elkaar te ontmaskeren, maar om gekend te worden.

Om gedragen te worden. Om samen naar Jezus te gaan.



Genade

Want dit is uiteindelijk wat mij zo raakt: God roept Adam terwijl hij zich verstopt.

Jezus gaat aan tafel met mensen over wie anderen hun oordeel al klaar hadden.

Hij raakt mensen aan die anderen liever op afstand hielden.

Hij zoekt wie verloren is.

Hij komt niet alleen voor de mensen die hun leven keurig op orde hebben.


Hij zegt juist: wie ziek zijn, hebben een dokter nodig.


Misschien is dat de leugen die we veel vaker zouden mogen ontmaskeren:

dat we onszelf groot moeten houden om erbij te mogen horen.

Dat we sterk moeten zijn om geliefd te blijven.

Dat ons leven eerst op orde moet zijn voordat we werkelijk tevoorschijn mogen komen.


Het Evangelie vertelt mij iets anders: God weet allang wie ik ben.

Hij kent niet alleen de buitenkant die ik aan mensen laat zien, Hij kent ook wat daarachter ligt. Mijn gedachten, mijn pijn, mijn zonde, mijn schaamte, mijn angst en mijn vragen. En Hij roept mij niet tevoorschijn om mij publiekelijk te kijk te zetten.


Hij nodigt mij uit om in het licht te komen.

Bij Hem.


Genade begint niet wanneer wij eindelijk ons leven op orde hebben. Genade is juist voor mensen die haar nodig hebben. En misschien heeft de wereld daarom niet nóg meer christenen nodig die laten zien hoe goed ze het voor elkaar hebben.

Misschien heeft ze mensen nodig bij wie zichtbaar wordt wat genade doet met een gebroken mens.


Mensen die niet hoeven te zeggen: kijk eens hoe goed ik het doe, maar die met hun leven mogen laten zien: ik heb Jezus nodig, elke dag opnieuw. En ik weet zelf hoe moeilijk dat is. Want het kost wel wat om iets van jezelf te laten zien. Om juist op de momenten waarop je het liefst zou zeggen: het gaat goed hoor, te kiezen voor bijvoorbeeld:


Eigenlijk gaat het niet zo goed met me vandaag (of)

Ik merk dat ik erg moe ben en het me allemaal wat veel is (of)

Ik maak me best wel zorgen over mijn kind (of)

We hebben het thuis niet zo makkelijk op dit moment


En misschien wordt de kerk dan steeds meer wat zij mag zijn: een plek waar we elkaar niet ontmoeten omdat we allemaal heel zijn, maar waar gebroken mensen samenkomen bij Degene die heel maakt.


Afsluiting

“Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.” Markus 2:17


Gebed

Heere Jezus,

U kent mij zoals ik werkelijk ben.

U ziet wat ik aan anderen laat zien, maar U kent ook wat ik liever verborgen houd.

Wilt U mij leren om niet langer te leven vanuit angst voor wat anderen van mij vinden, maar eerlijk tevoorschijn te komen voor Uw aangezicht.

Laat Uw gemeente een plek zijn waar waarheid en genade elkaar ontmoeten.

Waar we elkaar niet hoeven te overtuigen van hoe goed het met ons gaat, maar waar we elkaar mogen dragen en samen naar U mogen gaan.

Leer ons zacht te zijn voor de gebrokenheid van de ander, omdat we weten hoeveel genade we zelf nodig hebben.

Dank U dat U niet schrikt van wat U in ons vindt.

Dank U dat U de Heelmeester bent.

Amen. 🌿


Shalom,

Liefs Liesbeth

In His Light, we bloom



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page